• De negentiende-eeuwse wandelaar wandelde ook door Huisduinen (foto uit 1900).

    Noord-Hollands Archief

Amsterdammer maakt wandeling door Den Helder

Kees Zwaan

Als niet-Jutter maak ik wel eens een wandeling door Den Helder. Het valt me op dat er de laatste tijd veel wordt gerenoveerd en dat er flink wat nieuwbouw is gerealiseerd. Wel zijn er decennialang gebouwen 'met een geschiedenis' verdwenen. Hier en daar zijn de kale plekken nog te zien.

Maar er is nog heel wat moois te zien in Den Helder, voor wie er oog voor heeft. In 1879 maakte Amsterdammer Jacobus Craandijk een wandeling door Den Helder, zij het met enige tegenzin. Craandijk was lid van het geslacht Craandijk en grootvader van jachtschrijver Jacobus Craandijk (1896-1989). Jacobus Craandijk was daarbij een halfbroer van Minister van Oorlog Wouter Cool. Hij was een doopsgezinde wandelende predikant in Nederland. Zijn standplaatsen waren Borne (1859), Rotterdam (1862-1884) en Haarlem (1884-1900).

WANDELINGEN Van alle wandelingen heeft hij verslag gedaan in boeken die als titel 'Wandelingen door Nederland met pen en potlood' kregen. Het eerste deel daarvan verscheen in 1875. Het laatste deel kwam uit in 1888. De werken van Craandijk leveren een schat aan informatie over het tijdsbeeld van Nederland in de 19e eeuw, en haar geschiedenis. Hij schreef met tekeningen geïllustreerde boekjes vol met wandelroutes maar had daarbij grote voorkeur voor prachtige landschappen, zoals hij op de Veluwe en in Limburg kon aanschouwen. Jacobus Craandijk (Amsterdam, 7 september 1834 – Haarlem, 3 juni 1912) was leraar, predikant, schrijver en tekenaar. Het bezoeken van een stad als Den Helder was in zijn ogen een gruwel.

Hij werkte voor de serie 'Wandelingen door Nederland met pen en potlood' nauw samen met zijn goede vriend, tekenaar Piet Schipperus.

Om maar zo snel mogelijk in Den Helder te komen maakte hij geen gebruik van de trekschuit, maar van de stoomtrein. Per trekschuit zou de reis namelijk 15 uur duren terwijl de trein er enkele uren over deed.

Kijkend uit het raam van de trein beschreef hij wat hij zag. Voorbij Alkmaar had het landschap voor hem niet veel aantrekkelijks meer en zou hij net zo goed een dutje kunnen doen. Eentonig, vlak land met veel sloten en hier en daar een kerktorentje of een bosje, was wat hij zag.

KOLONIALEN Aangekomen op het perron in Den Helder, viel hem meteen op dat het behoorlijk druk was. Een grote groep mannen was ook uit de trein gestapt. Het was een detachement 'kolonialen', mannen die vrijwillig dienst hadden genomen om te worden uitgezonden naar Oost-Indië (Indonesië). Het waren ongeveer 150 mannen die bewaakt werden door gewapende infanteristen. Blijkbaar waren er lieden bij die spijt konden krijgen van hun vrijwillige dienstneming in de Tropen en konden deserteren. Het waren hoofdzakelijk vreemdelingen die tekenden voor zes jaar en dan een 'handgeld' van 120 gulden kregen.

'De wandelaar schreef': 'In Indië zullen allen, waar 't nodig is, vechten als leeuwen of als duivels'. Toen hij zijn wandeling via de Koningstraat begon en bij de BInnenhaven terechtkwam, zag hij het detachement naar een stoomschip marcheren onder begeleiding van enkele tamboers. Meteen na aankomst scheepten zij zich in. Craandijk zag dat er ook koeien, schapen, varkens en kippen werden ingeladen. Hij hoorde een 'concert' van geloei, gekwaak, gekakel en geknor. Hopelijk werd er genoeg proviand ingeladen voor de enkele weken durende zeereis.

.LELIJK Craandijk haastte zich vervolgens naar 'het Hoofd' (waar nu de Texelse Boot vertrekt) om de afvaart van het grote stoomschip gade te slaan. Hij was niet de enige die dat de moeite waard vond, want er stond al flink wat publiek. Craandijk hervatte zijn wandeling over de Dijk richting Huisduinen, onderwijl denkend over de lyrische zinnen die hij zou gaan opschrijven in zijn notitieboek. Bij Huisduinen aangekomen zag hij een 'armoedig dorpje met een vervallen kerkje en verwaarloosde hutten'. Even later kwam hij bij het net voltooide gebouw van de duinwaterleiding. Maar verder door Den Helder wandelende, zag hij niet veel 'schoons' meer. Huizen, kerken en scholen vond hij 'opmerkelijk lelijk' en de Nieuwe Hervormde kerk was volgens hem het lelijkst van allemaal. De negentiende-eeuwse wandelaar maakte tenslotte de balans op: 'Het is hier vrolijk en levendig, niet het minst, als de uren slaan, waarop de 700 werklieden der werf de poort uitstroomen.' Een schouwspel dat inmiddels tot de verleden tijd behoort.

TOT SLOT Flip van Doorns schreef 'De eerste wandelaar. In de voetsporen van de wandelende dominee' (Thomas Rap, 2017). De schrijver meldde daarin tevens dat hij verantwoordelijk is voor het verzoek tot de vernoeming van de Amsterdamse brug 138 tot Jacobus Craandijkbrug; het verzoek werd gehonoreerd. De brug is een vaste brug in Amsterdam Oud-West.