• 50pluspartij.nl

Formateur Jan Nagel bedankt voor de eer

DEN HELDER Jan Nagel is, op verzoek van lijsttrekker van Beter voor Den Helder, Carlo Assorgia, uitgenodigd op te treden als formateur. Na CDA-formateur Hans Huibers mocht hij proberen een formatie van een meerheidscollege te vormen, 'waarbij de conclusies van het formatierapport Huibers leidend zijn'.

Zijn verslag: "Sindsdien heb ik nagegaan hoe binnen deze opdracht een college zou kunnen worden gevormd die recht doet aan de verkiezingsuitslag, een goede verhouding geeft wat lokale en landelijke partijen betreft en vooral een stabiel en krachtig bestuur zou zijn. Ik heb gebruik gemaakt van het rapport 'Den Helder is ziek' van de vorige CDA-formateur Hans Huibers en heb vele gesprekken gevoerd."

"Daarbij ben ik tot conclusies gekomen, dat de enige mogelijke coalitie die aan deze criteria voldeed en haalbaar zou kunnen zijn, gevormd zou moeten worden door BvDH, CDA, VVD, Stadspartij en Seniorenpartij. Daarbij heb ik kennis genomen van het verslag van het gesprek tussen de heren Huibers en Assorgia van dinsdag 10 april, waarin tot twee keer toe staat vermeld dat er geen blokkades zijn wat andere partijen betreft. "Andere partijen worden op voorhand niet uitgesloten, alhoewel een coalitie met BvDH in combinatie met de VVD en D66 niet voor de hand ligt." En: " Voor de samenstelling van het college liggen er geen blokkades vanuit Beter voor Den Helder."

Het voorstel voor deze vijf partijencoalitie met vijf wethouders werd volledig aanvaard door VVD, Stadspartij en Seniorenpartij. Het CDA dat nadrukkelijk een voorkeur had om het college met de PvdA uit te breiden, ging na intern beraad eveneens volledig akkoord en schreef uit te kijken naar 'een vruchtbare samenwerking'.

BvDH-onderhandelaar Assorgia liet donderdag 19 april schriftelijk weten dat hij het voorstel besproken had met zijn partijvoorzitter. Hoewel de samenwerking met de VVD de voorzitter erg zwaar valt, is hun conclusie dat zij beiden "bereid zijn dit voor de rest van de fractie te verdedigen". Verder schrijft hij: "Volgende week dinsdag zit de partij bij elkaar. De partij zal een afweging moeten maken tussen coalitie of oppositie. Ik zal ze meegeven dat dit de enige optie is."

Dinsdagavond 24 april is de fractievergadering. Na afloop schrijft Assorgia aan de formateur:

"We zitten alle 6 nog niet op 1 lijn. Ik heb ze wat huiswerk meegegeven en gevraagd de pijnpunten aan te geven en wat ze van de VVD verwachten. Zaterdag 28 april komen we weer bij elkaar. Geduld."

Op donderdagavond 26 april word ik gebeld door CDA-fractievoorzitter Harmen Krul. Of ik op de hoogte ben dat er afgelopen dagen vergaderd is door de fracties van BvDH, PVV, Stadspartij, Seniorenpartij, CU en Behoorlijk Bestuur. Met mogelijke steun van Gemeentebelangen zouden die een coalitieakkoord gesloten hebben. Harmen Krul beschikt over de nodige mails. Zelfs de titel van het conceptprogramma zou al vastgesteld zijn: Meer begrip voor elkaar. Meer samenwerken met elkaar. Ik weet echter van niets.

Wel heeft hij ten overvloede Assorgia er op gewezen dat het natuurlijk uitgesloten is tijdens zijn formatiepoging andere onderhandelingsgesprekken te gaan voeren. Een telefoontje dezelfde avond met Assorgia levert een bevestiging op van het door Krul vertelde relaas."

Daarmee komt formateur Jan Nagel met de volgende conclusies:

"Iedereen kan aan de hand van de bovenstaande op schrift staande feiten begrijpen waarom ik geen woord meer wil besteden aan deze in politiek Nederland nog nooit eerder vertoonde onbetrouwbaarheid. Ik onderschrijf de conclusie uit het rapport Den Helder is ziek van oud-formateur Hans Huibers: "Een coalitie van vrijwel alleen lokale en nieuwe partijen, waarin wordt afgerekend met de partijen die de afgelopen jaren bestuurlijke verantwoordelijkheid hebben gedragen, zal geen bruggen slaan, is te onervaren en bestaat uit te veel partijen om een stabiele basis te kunnen vormen."

BvDH had een wel stabiele coalitie voor het grijpen waarin de lokale partijen met 10 zetels in de raad en twee landelijke partijen met 9 zetels in de raad en de daarbij behorende 3-2 verhouding in het college plus de eerste loco-burgemeester een zeer goed resultaat voor BvDH was geweest."

Hij besluit zijn rapport met de zin: "Ik wens u allen en Den Helder het allerbeste."